ECLI:NL:CRVB:2010:BN2455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- H.G. Rottier
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overname reserveringsuren bij faillissement werkgever onder WW
Appellante werkte als schoolchauffeur op basis van een jaarurenregeling bij een werkgever die failliet werd verklaard. Zij vroeg een WW-uitkering aan voor niet uitbetaalde reserveringsuren. De rechtbank oordeelde dat deze uren niet gelijkgesteld kunnen worden met vakantiegeld en dat de overnameperiode beperkt is tot de termijnen genoemd in artikel 64, eerste lid, onderdelen a en b, van de WW.
Appellante ging in hoger beroep en stelde dat reserveringsuren wel als vakantiegeld moesten worden beschouwd, waardoor een ruimere overnameperiode zou gelden. De Raad bevestigde echter het oordeel van de rechtbank dat reserveringsuren uitgesteld loon zijn en niet gelijkgesteld kunnen worden met vakantiegeld of vakantiebijslag.
De Raad oordeelde dat de overname van reserveringsuren beperkt blijft tot de periode van 6 december 2007 tot en met 9 maart 2008, conform de wettelijke termijnen. Het beroep tegen het besluit van 9 oktober 2009 werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 9 oktober 2009 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.