ECLI:NL:CRVB:2010:BN2468
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering en boete wegens onverschuldigde WAO-uitkering en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving WAO-uitkeringen die het UWV met terugwerkende kracht heeft aangepast en deels ingetrokken vanwege wisselende inkomsten uit arbeid. Het UWV vorderde onverschuldigde betalingen terug en legde een boete op wegens het niet nakomen van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht artikel 44 van Pro de WAO met terugwerkende kracht toepaste en dat de terugvordering en boete rechtmatig waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het rechtszekerheidsbeginsel en de handelwijze van het UWV tegen hem spraken.
De Raad overweegt dat toepassing van artikel 44 van Pro de WAO met terugwerkende kracht niet in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en dat appellant terecht is teruggevorderd. De ernstige overtreding van de inlichtingenplicht rechtvaardigt de boete, die proportioneel is vastgesteld. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkeringen en de oplegging van een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.