ECLI:NL:CRVB:2010:BN2489
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand zonder bijzondere omstandigheden
Appellanten ontvingen bijstand sinds juni 2001. Het College trok de bijstand over de periode juni 2001 tot april 2005 in en vorderde de kosten terug. Na eerdere procedures vernietigde de Raad een deel van het besluit en bepaalde dat het College een nieuw besluit moest nemen over de terugvordering vanaf maart 2003.
In het nieuwe besluit vorderde het College € 36.653,31 terug. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellanten voerden aan dat hun financiële positie, de ouderdom van de vordering en de lange aflossingstermijn bijzondere omstandigheden vormden die terugvordering onredelijk maakten.
De Raad oordeelde dat het College een beleid voert waarbij terugvordering in principe altijd plaatsvindt, tenzij bijzondere individuele omstandigheden dat verhinderen. De door appellanten aangevoerde omstandigheden kwalificeren niet als zodanig. Tevens is vastgesteld dat het maandelijkse aflossingsbedrag van € 115,40 niet onder de beslagvrije voet komt, zodat appellanten over voldoende inkomen blijven beschikken.
Daarom bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand omdat geen bijzondere omstandigheden zijn aangetoond.