ECLI:NL:CRVB:2010:BN2685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- O.L.H.W.I. Korte
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Geen ontheffing van verplichting tot sociale activering bij bijstand
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en was ontheven van de sollicitatieplicht, maar niet van de verplichting tot sociale activering. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde ontheffing van deze sociale activeringsplicht op basis van gemeentelijk beleid. De rechtbank vernietigde het besluit van het College van 6 juli 2006 wegens procedurele fouten en verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 11 mei 2006 ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij vanwege zijn beperkingen niet kon deelnemen aan sociale activering en dat de rechtbank ten onrechte een medisch geheimhoudingsstuk niet had betrokken. De Raad oordeelde dat het beginsel van hoor en wederhoor vereist dat stukken niet onder geheimhouding kunnen worden ingebracht zonder toestemming van de wederpartij, en dat appellant deze toestemming niet gaf.
De Raad stelde vast dat het College onterecht alleen ontheffing van de sollicitatieplicht toestond en niet van de sociale activeringsplicht, terwijl een individuele beoordeling vereist is. Het besluit van 11 mei 2006 berustte op een ondeugdelijke grondslag en werd vernietigd. De Raad zag geen dringende redenen om appellant van sociale activering te ontheffen, mede gelet op het medische advies en de maatschappelijke activiteiten van appellant.
De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven gehandhaafd. De Raad wees proceskosten af en bepaalde dat het College het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het besluit van 11 mei 2006 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.