ECLI:NL:CRVB:2010:BN2686
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand naar de norm voor alleenstaanden. Na een onderzoek naar aanleiding van een bestandskoppeling en gegevens over waterverbruik stelde de sociale recherche vast dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden en dat appellant onbetaalde werkzaamheden verrichtte in een café zonder dit te melden.
Het College trok de bijstand met ingang van 1 juli 2004 in en vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de gezamenlijke huishouding en de werkzaamheden voldoende zijn vastgesteld en dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden. Het College was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen, ook mede terugvordering toe te passen. De Raad wijst het beroep af en ziet geen reden voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht worden bevestigd.