ECLI:NL:CRVB:2010:BN5062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opzegtermijn bij faillissement volgens Wet Flexibiliteit en zekerheid en Faillissementswet
Appellant, geboren in 1948, was sinds 1977 in dienst bij zijn werkgever, die in februari 2009 failliet werd verklaard. De curator zei de arbeidsovereenkomst op en het UWV stelde de opzegtermijn vast van 6 februari tot 23 april 2009, een periode van 11 weken. Appellant maakte bezwaar omdat hij meende dat de opzegtermijn volgens de CAO Metaal- en Elektrotechnische Industrie zes maanden zou moeten bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het UWV de opzegtermijn correct had vastgesteld op basis van artikel XXI van de Wet Flexibiliteit en zekerheid en artikel 40 van Pro de Faillissementswet, zoals die gold vóór 1 januari 1999. De Raad overwoog dat deze wettelijke bepalingen de opzegtermijn maximeren en dat een langere termijn uit een CAO bij faillissement niet van toepassing is.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het beroep van appellant af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 augustus 2010.
Uitkomst: De opzegtermijn wordt vastgesteld op 11 weken volgens de wettelijke bepalingen, niet op basis van een langere CAO-termijn.