ECLI:NL:CRVB:2010:BN5826
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Weigering ziekengeld op grond van limitatieve opsomming in de Ziektewet
Appellant, sinds 1973 werkzaam als timmerman, ontving sinds 1979 een WAO-uitkering en werkte vanaf 2005 gedeeltelijk in het kader van re-integratie. Op 25 juli 2006 werd hij ziek gemeld wegens een geplande nekoperatie. Het UWV weigerde ziekengeld toe te kennen omdat appellant niet viel onder de in artikel 29, tweede lid, van de Ziektewet genoemde gevallen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de limitatieve opsomming in de wet geen ruimte laat voor andere situaties. Appellant voerde aan dat zijn situatie gelijkgesteld moest worden aan die van een beëindigde dienstbetrekking en dat het maatschappelijk ongewenst was geen ziekengeld te ontvangen.
De Raad overwoog dat de wetgever bewust een limitatieve lijst heeft opgenomen en dat gelijkstelling niet mogelijk is zolang de dienstbetrekking niet is geëindigd. Ook de verwijzing naar artikel 29, vijfde lid, en artikel 19 van Pro de Ziektewet bood geen grond voor toekenning. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.