ECLI:NL:CRVB:2010:BN5836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in sociale zekerheidszaak
Betrokkene had een procedure gevoerd tegen het UWV over het niet opleggen van een loonsanctie, welke ruim zes jaar duurde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, was overschreden. Zowel de bestuursrechtelijke als de rechterlijke fases werden beoordeeld, waarbij de Raad de overschrijding deels aan het UWV en deels aan de Staat toerekende.
De Raad stelde vast dat de totale procedureduur ruim twee jaar langer was dan de maximaal toelaatbare vier jaar, zonder dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die deze overschrijding rechtvaardigden. De overschrijding in de rechterlijke fase werd per fase beoordeeld en niet samengevoegd. Hierdoor werden aan de Staat en het UWV schadevergoedingen opgelegd van respectievelijk € 1.000 en € 1.500.
Daarnaast werden beide partijen veroordeeld tot betaling van proceskosten ten gunste van betrokkene. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige behandeling van procedures en de verantwoordelijkheid van bestuursorganen en de Staat bij overschrijding van redelijke termijnen.
Uitkomst: De Staat en het UWV worden veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.