ECLI:NL:CRVB:2010:BN5844
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens vermogenstoename bedrijf als inkomen uit arbeid
Appellant, enig directeur en aandeelhouder van zijn bedrijf, ontving een WAZ-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Het UWV besloot de uitkering over 2004 en 2005 niet uit te betalen vanwege de vermogenstoename van het bedrijf, die als inkomen uit arbeid werd aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de meer dan gemiddelde vermogenstoename als inkomen uit arbeid moet worden gezien, ook al koos appellant ervoor de winst in het bedrijf te reserveren.
Appellant voerde aan niet verrijkt te zijn door de vermogenstoename en dat correcties op het resultaat over 2005 niet waren meegenomen. De Raad stelde vast dat appellant indirect is verrijkt door de toegenomen waarde van zijn bedrijf, ongeacht de keuze om winst te reserveren. Het UWV had slechts de bovengemiddelde vermogenstoename als inkomen in aanmerking genomen, wat niet tot benadeling leidde.
Voorts oordeelde de Raad dat een verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet nodig is bij toepassing van artikel 58 WAZ Pro, omdat het gaat om korting op werkelijk genoten inkomsten. De Raad verwierp het betoog over de timing van de terugwerkende kracht van de toepassing van artikel 58, aangezien het UWV pas in 2007 beschikte over de relevante jaarcijfers. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering over 2005 bevestigd wegens vermogenstoename als inkomen uit arbeid.