ECLI:NL:CRVB:2010:BN6004

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4873 WUBO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wubo
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens ontbreken directe betrokkenheid bij bombardement tijdens Japanse inval

Betrokkene, geboren in 1940, vroeg in november 2008 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), met een claim dat hij slachtoffer was van een bombardement tijdens de Japanse inval in januari 1942 op Tulehu. Hij stelde dat hij door een familielid in een loopgraaf was geworpen tijdens een bombardement, waarbij hij zijn hoofd stootte en bewusteloos raakte.

De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat geen historische gegevens of dossiers waren gevonden die bombardementen op Tulehu bevestigen. Appellanten stelden dat bombardementen op Ambon-stad, dichtbij Tulehu, aannemelijk maken dat ook Tulehu getroffen is. Zij ondersteunden dit met een verklaring van een tante en informatie van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

De Raad overwoog echter dat niet is gebleken dat betrokkene direct betrokken was bij een bombardement, zoals vereist door artikel 2 Wubo Pro. Belangrijke factoren zijn onder meer de afstand tot inslagen, locatie tijdens bombardementen, aard van schuilplaats, materiële schade in de omgeving en directe verwondingen of confrontatie met letsel van naasten. De verklaring van de tante en het stoten van het hoofd na het in de loopgraaf werpen zijn onvoldoende om directe betrokkenheid aan te tonen.

Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet is gebleken dat betrokkene direct betrokken was bij een bombardement zoals vereist volgens de Wubo.

Uitspraak

09/4873 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
de erven van [H.L.] (betrokkene), laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats], Indonesië, (hierna: appellanten),
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 26 augustus 2010
I. PROCESVERLOOP
Verweerster heeft ten aanzien van thans wijlen de heer [L.] (hierna: betrokkene) een besluit genomen van 18 juni 2009, kenmerk BZ 9038, JZ/P60/2009. Dat besluit is genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), verder te noemen: bestreden besluit.
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Appellanten hebben na het overlijden van betrokkene bericht de beroepszaak voort te zetten.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli 2010. Appellanten zijn vertegenwoordigd door J.T. Latuhihin. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Betrokkene, geboren in 1940, heeft in november 2008 een aanvraag ingediend om te worden erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo en als zodanig in aanmerking te worden gebracht voor een periodieke uitkering. In dit verband heeft betrokkene naar voren gebracht dat hij slachtoffer is geweest van een bombardement tijdens de Japanse inval in januari 1942 op Tulehu (Ambon). Hij werd tijdens een bombardement door een familielid in een loopgraaf geworpen, waarbij hij ongelukkig terecht kwam en zijn hoofd aan een steen stootte. Vervolgens is hij bewusteloos geraakt.
1.2. Verweerster heeft de aanvraag van betrokkene afgewezen omdat niet is gebleken dat hij direct betrokken was bij bombardementen of beschietingen op Tulehu. Verweerster heeft geen historische gegevens kunnen vinden over bombardementen op Tulehu tijdens de Japanse inval. Ook heeft verweerster geen dossiers kunnen vinden van bewoners van Tulehu die bombardementen melden.
2. De Raad moet antwoord geven op de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden en overweegt als volgt.
2.1. In artikel 2, eerste lid, van de Wubo wordt beschreven wie onder burger-oorlogsslachtoffer worden verstaan. Tot deze groep behoren onder meer degenen die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 lichamelijk of psychisch letsel hebben opgelopen als gevolg van met de krijgsverrichtingen direct verbonden handelingen of omstandigheden.
2.2. Appellanten hebben hun stelling dat er bombardementen op Tulehu hebben plaatsgevonden onderbouwd met een verklaring van een tante van betrokkene, [naam tante]. Verder hebben zij gewezen op informatie van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie waaruit blijkt dat Ambon-stad is gebombardeerd op 16 en 24 januari 1942. Aangezien Tulehu op korte afstand van Ambon-stad ligt, is het aannemelijk dat de bombardementen zich ook over Tulehu hebben uitgestrekt.
2.3. Ook met in achtneming van de door appellanten in het geding gebrachte stukken is de Raad niet gebleken dat betrokkene direct betrokken is geweest bij een bombardement, zoals vereist op grond van artikel 2 van Pro de Wubo. Voor een dergelijke betrokkenheid is onder meer van belang de afstand tussen betrokkene en de inslagen en explosies, de plaats waar hij zich bevond ten tijde van de inslagen, de aard van de schuilplaats, de materiële schade in de directe omgeving en de vraag of hij zelf gewond is geraakt door de bombardementen of rechtstreeks geconfronteerd is geweest met verwondingen of omkomen van naasten. Ook de verklaring van de tante van betrokkene bevat geen gegevens waaruit een dergelijke directe betrokkenheid blijkt. In het bijzonder overweegt de Raad dat het gestelde dat betrokkene zijn hoofd stootte nadat hij door een familielid ongelukkig in de loopgraaf was geworpen, niet kan worden aangemerkt als een verwonding door een bombardement.
3. Gezien het voorgaande moet de onder 2 geformuleerde vraag bevestigend worden beantwoord en dient het beroep van appellanten ongegrond te worden verklaard.
4. De Raad ziet tot slot geen aanleiding voor een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2010.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) P.W.J. Hospel.
HD