ECLI:NL:CRVB:2010:BN6009

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-6582 WUBO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:75 AwbWet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens niet-ontvankelijkheid bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad waarbij een verzoek tot herziening van eerdere besluiten op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 werd afgewezen. Het bezwaar werd echter niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de zeswekentermijn voor het indienen van een bezwaarschrift zoals voorgeschreven in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Appellant voerde aan dat de termijnoverschrijding te wijten was aan vakantie, maar de Raad oordeelde dat dit geen verschoonbare reden is. Het is immers de verantwoordelijkheid van de betrokkene om tijdig maatregelen te treffen om een bezwaarschrift in te dienen, ook tijdens afwezigheid.

De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in stand kan blijven en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend op grond van artikel 8:75 Awb Pro.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 augustus 2010.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift wegens termijnoverschrijding zonder verschoonbare reden.

Uitspraak

09/6582 WUBO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
en
de Raadskamer WUBO van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 26 augustus 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het door verweerster onder dagtekening 13 november 2009, kenmerk BZ 9269, JZ/I/90/2009, ten aanzien van hem genomen besluit (verder: bestreden besluit).
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli 2010. Daar is appellant niet verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. T.R.A. Dircke, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Bij besluit van 9 juli 2009 heeft verweerster afwijzend beslist op het verzoek van appellant om eerdere besluiten ingevolge de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 te herzien.
1.2. Tegen het besluit van 9 juli 2009 heeft appellant bezwaar gemaakt, welk schrijven op 10 september 2009 door verweerster is ontvangen.
1.3. Bij het bestreden besluit heeft verweerster het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn voor het indienen van een bezwaarschrift. In dat verband is overwogen dat de door appellant aangevoerde omstandigheid de termijnoverschrijding niet kan verontschuldigen.
2. Ter beantwoording staat de vraag of het bestreden besluit, gelet op hetgeen in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden. De Raad overweegt als volgt.
2.1. Ingevolge artikel 6:7 van Pro de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2.2. De termijnen voor het maken van bezwaar en het instellen van beroep zijn fatale termijnen. Dit betekent dat bij overschrijding van die termijnen een niet-ontvankelijk-verklaring dient te worden uitgesproken behalve als blijkt van een aanvaardbare reden voor verschoonbaarheid als bedoeld in artikel 6:11 van Pro de Awb.
2.3. Ter verklaring van de termijnoverschrijding heeft appellant aangegeven dat hij wegens vakantie niet eerder heeft kunnen reageren.
2.4. Naar het oordeel van de Raad heeft verweerster in hetgeen door appellant is aangevoerd terecht geen aanleiding gezien om niet-ontvankelijkverklaring met toepassing van artikel 6:11 van Pro de Awb achterwege te laten. Hiertoe overweegt de Raad dat het op de weg van een betrokkene ligt om bij afwezigheid wegens vakantie (of andere redenen) maatregelen te treffen om - zonodig met behulp van derden - zorg te dragen voor het tijdig (laten) indienen van een bezwaarschrift.
3. Het voorgaande brengt de Raad tot de slotsom dat het bestreden besluit in rechte kan standhouden en het ingestelde beroep ongegrond moet worden verklaard.
4. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig om toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:75 van Pro de Awb inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en A.J. Schaap als leden, in tegenwoordigheid P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2010.
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) P.W.J. Hospel.
HD