ECLI:NL:CRVB:2010:BN6310
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig bewaarder en assistent catering manager, meldde zich in 2005 ziek met psychische en vaatklachten. Hij vroeg een WIA-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en een tussentijdse uitspraak van de rechtbank, waarbij het besluit werd vernietigd wegens onvoldoende medische onderbouwing, stelde de bezwaarverzekeringsarts een nieuw rapport op waarin beperkingen werden aangepast.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische grondslag van het besluit van 15 januari 2009 deugdelijk is, mede gebaseerd op een anamnese, lichamelijk en psychisch onderzoek, dossieronderzoek en een arbeidskundig rapport. Appellant kon geen objectieve medische gegevens aanvoeren die de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts ondermijnden.
De Raad concludeerde dat appellant medisch gezien in staat is om de arbeidsmogelijkheden te vervullen die door de bezwaararbeidsdeskundige met het Claimbeoordelings- en borgingssysteem zijn geselecteerd. De belastingaspecten zijn adequaat toegelicht. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.