ECLI:NL:CRVB:2010:BN6384
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- T. Hoogenboom
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beoordeling overname pensioenpremies en backservice bij faillissement werkgever
Appellant was werknemer bij een werkgever die failliet ging, waarna hij een WW-uitkering aanvroeg inclusief vorderingen voor niet-afgedragen pensioenpremies, waaronder backservice. Het UWV nam pensioenpremies over voor een beperkte periode, maar wees oudere vorderingen af omdat deze buiten de wettelijke referteperiode vielen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, oordelend dat de aanspraak op backservice slechts overgenomen kan worden voor zover deze toerekenbaar is aan de referteperiode van artikel 64 WW Pro. Het UWV nam daarop alsnog pensioenpremies over voor de referteperiode, maar weigerde overige bedragen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtspraak dat de overnameplicht beperkt is tot loonsverhogingen binnen de referteperiode van één jaar en dat doorwerking van eerdere jaren niet leidt tot een bredere overnameplicht. De vordering van appellant voor een hoger bedrag wordt afgewezen omdat de pensioenverzekeraar geen aanpassing van de pensioenregeling heeft doorgevoerd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.