ECLI:NL:CRVB:2010:BN7164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J. Riphagen
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herleving WW-uitkering wegens niet-wonen in Nederland
Appellant, woonachtig in de Filippijnen, verzocht om herleving van zijn WW-uitkering per 31 december 2008. De rechtbank Amsterdam wees dit verzoek af omdat appellant niet in Nederland woonde en het centrum van zijn maatschappelijke activiteiten zich niet in Nederland bevond. Appellant was sinds 1999 uitgeschreven uit de Nederlandse basisregistratie en verbleef grotendeels in de Filippijnen.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij wel in Nederland woonachtig was en dat zijn recht op WW-uitkering herleefde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het Uwv terecht het verzoek had afgewezen, omdat appellant niet in Nederland woonde. De Raad hechtte geen doorslaggevende waarde aan het feit dat het Uwv in het verleden de WW-uitkering bij terugkeer in Nederland had herleefd, omdat het Uwv niet gehouden is een onjuiste wetsinterpretatie voort te zetten.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot herleving van de WW-uitkering wordt afgewezen omdat appellant niet in Nederland woonde op het moment van aanvraag.