ECLI:NL:CRVB:2010:BN7170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing ziekengeld na herhaalde ziekmelding vanuit WW-uitkering
Appellante, laatstelijk werkzaam als schoonmaakster, meldde zich vanuit een WW-uitkering op twee momenten ziek wegens lichamelijke klachten. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd zij op beide data hersteld verklaard en weigerde het UWV de verdere uitkering van ziekengeld. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat zij ongeschikt was voor haar eigen arbeid, maar kon zij dit niet onderbouwen met medische stukken die twijfel konden zaaien over de zorgvuldigheid van de onderzoeken. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de conclusies van de rechtbank en de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen, die een zorgvuldig onderzoek hadden verricht.
De Raad zag geen medische gronden om appellante ongeschikt te achten voor haar arbeid op de data in geding (3 december 2007 en 30 oktober 2008). De aangevallen uitspraken werden bevestigd en er was geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het beroep van appellante tegen de weigering van ziekengeld.