ECLI:NL:CRVB:2012:BY3521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onterecht betaald ziekengeld zonder dringende reden tot kwijtschelding
Appellante ontving onterecht ziekengeld over de periode van 22 december 2008 tot en met 8 november 2009 ter waarde van €4.888,87. Het UWV besloot dit bedrag terug te vorderen en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het UWV terecht terugvordering toepast, omdat geen dringende redenen voor kwijtschelding zijn aangetoond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar stelling dat vanwege de aard van de fout en de financiële gevolgen voor haar van terugvordering afgezien zou moeten worden. De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 33 van Pro de Ziektewet terugvordering verplicht is, tenzij dringende redenen aanwezig zijn die zien op onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat gemaakte fouten door het UWV geen dringende reden vormen, omdat deze niet zien op de gevolgen van terugvordering. Appellante heeft onvoldoende inzicht gegeven in de aard en omvang van haar financiële problemen, zodat niet is gebleken dat de terugvordering onaanvaardbaar is. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onterecht betaald ziekengeld en wijst het hoger beroep af.