ECLI:NL:CRVB:2010:BN8029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- J. Riphagen
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Afwijzing faillissementsuitkering wegens te late aanvraag zonder bijzonder geval
Appellant, werkzaam als financieel adviseur, diende een aanvraag in voor een faillissementsuitkering nadat zijn werkgever failliet was verklaard. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees de aanvraag af omdat deze niet binnen de termijn van 26 weken, zoals voorgeschreven in artikel 62, derde lid, van de WW, was ingediend. Appellant stelde dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had gekregen dat zijn aanvraag toch zou worden beoordeeld en dat er bijzondere omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat er geen eerdere aanvraag was gedaan en dat de brief van appellant aan de re-integratiecoach geen impliciet verzoek om een faillissementsuitkering inhield. Appellant was tijdig geïnformeerd over de procedure en had contact kunnen opnemen met de buitendienstmedewerker, maar deed dit niet.
De Raad vond geen grond voor een bijzonder geval en oordeelde dat appellant geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan de brief van het Uwv van 3 september 2008. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een faillissementsuitkering wordt afgewezen wegens niet-tijdige indiening zonder bijzonder geval.