ECLI:NL:CRVB:2010:BN8445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering zonder dringende reden tot kwijtschelding
Appellant kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80%, maar de uitbetaling werd vastgesteld op 15-25%, waardoor hij te veel uitkering ontving. Het UWV vorderde dit bedrag van €3.619,63 terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij gemotiveerd was om te werken en dat het UWV fouten had gemaakt, onder meer over de verrekening met een re-integratie-uitkering. Het UWV trok de boete in, waarna de Raad zich uitsluitend over de terugvordering boog. De Raad oordeelde dat het UWV op grond van artikel 57 WAO Pro verplicht is de onverschuldigde uitkering terug te vorderen, tenzij er dringende redenen zijn om hiervan af te zien.
Hoewel appellant persoonlijke en financiële problemen aanvoerde, achtte de Raad deze geen dringende reden. De terugvordering werd bevestigd, het beroep tegen de boete gegrond verklaard en de boete vernietigd. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering en vernietigt het boetebesluit na intrekking door het UWV.