Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Het geschil
- een ‘raadsvergoeding’ (van bruto € 990,55),
- een ‘vergoeding fractievoorzitter’ (van bruto € 80,–),
- een ‘onkostenvergoeding raadslid (WKR)’ (van netto € 173,40),
- een ‘tegemoetkoming ZVW raadslid (WKR)’ (van netto € 8,93) en
- een ‘internetvergoeding (WKR)’ (van netto € 12,00).
Beslissing
M.J.J.M.C. van Schaijk LLB, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op
31 maart 2021.