ECLI:NL:CRVB:2010:BN8681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatie AWBZ-functies en afbouw additionele uren bij langdurige zorg
Appellante, die door een hersenvliesontsteking rechtszijdig verlamd en verstandelijk gehandicapt is geraakt, was geïndiceerd voor diverse AWBZ-functies waaronder ondersteunende begeleiding, persoonlijke verzorging en langdurig verblijf. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures stelde de rechtbank dat niet helder was waarom additionele uren werden afgebouwd.
In hoger beroep onderzocht de Centrale Raad van Beroep of er een contra-indicatie bestond voor langdurig verblijf, of activerende begeleiding geïndiceerd moest worden en of de afbouw van additionele uren voor ondersteunende begeleiding en persoonlijke verzorging terecht was. Een door de Raad benoemde deskundige concludeerde dat er geen contra-indicatie is voor langdurig verblijf en dat de indicatie voor 24-uurs multidisciplinaire zorg passend is.
De Raad oordeelde dat de geboden individuele ondersteunende begeleiding niet kwalificeert als activerende begeleiding, gelet op de aard van de begeleiding en de ernstige meervoudige stoornissen van appellante. De afbouw van additionele uren werd als goed onderbouwd beoordeeld, waarbij de Raad stelde dat de geïndiceerde functies voldoende individuele begeleiding en verzorging bieden.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak voor zover die nieuwe besluitvorming beval, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat de rechtsgevolgen van de bestaande besluiten in stand blijven. Tevens werd CIZ veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed aan appellante.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat er geen contra-indicatie is voor langdurig verblijf, activerende begeleiding niet geïndiceerd is, en de afbouw van additionele uren terecht is.