ECLI:NL:CRVB:2010:BN8690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens late aanvraag en onvoldoende medische onderbouwing
Appellant verzocht om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), waarbij hij stelde dat zijn arbeidsongeschiktheid was ontstaan door een borrelia-infectie in 2002. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde de uitkering omdat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag niet vóór 1 augustus 2004 lag en appellant zijn aanvraag pas jaren later indiende.
De rechtbank Utrecht oordeelde dat op basis van de medische stukken niet kon worden vastgesteld dat appellant vóór juli 2006 een borrelia-infectie had opgelopen die zijn klachten veroorzaakte. De rechtbank hechtte meer waarde aan het oordeel van een internist-infectioloog dan aan het rapport van een verzekeringsarts. Verder ontbrak medische onderbouwing voor neurologische klachten en artritis die appellant claimde.
In hoger beroep voerde appellant opnieuw aan dat zijn klachten voortvloeien uit de infectie van 2002 en steunde zich op het rapport van de verzekeringsarts. De Raad overwoog dat de late aanvraag en de daardoor ontstane onzekerheid voor risico van appellant komen. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en gaf het rapport van de verzekeringsarts minder gewicht vanwege het ontbreken van kennisname van andere medische stukken.
De Raad zag geen aanleiding tot nader deskundigenonderzoek en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, waarmee de weigering van de WAZ-uitkering stand hield.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAZ-uitkering bevestigd.