ECLI:NL:CRVB:2010:BN8701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand en krediet wegens niet-levensvatbaar bedrijf op grond van Bbz
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor bijstand en een krediet op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004) om een administratie-/accountants- en adviesbedrijf te starten. Het College van burgemeester en wethouders van Groningen heeft deze aanvraag afgewezen op basis van een negatief advies van het Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf (IMK), dat het bedrijf niet levensvatbaar achtte.
De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond verklaard. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelde vast dat appellant geen nieuwe objectieve gegevens had overgelegd die het oordeel over de niet-levensvatbaarheid konden weerleggen. De Raad bevestigde dat het College zich terecht had gebaseerd op het deskundige advies van het IMK en dat louter eigen verwachtingen van appellant onvoldoende zijn om bijstand toe te kennen.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen en werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 september 2010.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand en krediet wordt afgewezen wegens niet-levensvatbaarheid van het bedrijf; het hoger beroep en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.