ECLI:NL:CRVB:2010:BN8775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens ontbreken redelijke grond huisbezoek
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na haar scheiding ontving zij bijstand als alleenstaande ouder. Het College van burgemeester en wethouders van Spijkenisse twijfelde aan de juistheid van haar opgegeven woon- en leefsituatie en wilde een huisbezoek afleggen. Appellante weigerde medewerking, waarna het College haar bijstand introk.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College geen redelijke grond had voor het huisbezoek. De feiten en omstandigheden die het College aanvoerde, waren onvoldoende om te twijfelen aan de opgave van appellante dat zij geen gezamenlijke huishouding voerde met haar ex-partner.
De Raad stelt dat het ontbreken van een redelijke grond betekent dat appellante niet kan worden verweten dat zij het huisbezoek weigerde. Hierdoor was het College niet bevoegd om de bijstand in te trekken. De Raad vernietigt het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten; het besluit tot intrekking van de bijstand wordt herroepen.