ECLI:NL:CRVB:2010:BN8779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen ontheffing van re-integratieverplichtingen op grond van WWB ondanks gezondheidsbeperkingen
Appellant, bijstandsgerechtigde sinds 1998, vroeg ontheffing van zijn re-integratieverplichtingen onder de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Roermond verleende deels ontheffing, maar weigerde ontheffing van de verplichtingen tot arbeidsinschakeling, en meldde appellant aan voor het traject opSTAP.
Medische adviezen van de ArboUnie van maart 2006 en augustus 2007 concludeerden dat appellant ondanks lichte beperkingen duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden heeft. Het College baseerde zijn weigering op deze adviezen en motiveerde dit besluit uitgebreid in oktober 2007. Appellant voerde aan dat hij geen arbeid kon verrichten en dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan, maar dit werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het Collegebesluit ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het College zorgvuldig had gehandeld, de adviezen terecht als basis had genomen en dat er geen schending was van het motiveringsbeginsel. Het latere besluit van maart 2009 tot ontheffing van verplichtingen betrof een andere beoordelingsperiode en beïnvloedde het oordeel niet.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak benadrukt het belang van medische adviezen en zorgvuldige motivering bij het weigeren van ontheffing van re-integratieverplichtingen onder de WWB.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van ontheffing van re-integratieverplichtingen wordt bevestigd.