ECLI:NL:CRVB:2010:BN9207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verhaalsbesluit eigenrisicodrager WAO ondanks onderzoeksplicht en formele rechtskracht
Appellante was eigen risicodrager voor de WAO sinds 1 juli 2004 en werd geconfronteerd met een verhaalsbesluit van het UWV waarin zij werd aangesproken voor de WAO-uitkering aan een werknemer die sinds 13 januari 2001 wegens ziekte arbeidsongeschikt was. Het UWV had de uitkering vanaf 4 februari 2002 toegekend en betaalde deze tot 4 februari 2007.
Appellante maakte bezwaar tegen het verhaalsbesluit, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het toerekeningsbesluit formele rechtskracht had verkregen en appellante niet tijdig bezwaar had gemaakt. Tevens oordeelde de rechtbank dat appellante wist of had kunnen weten van de WAO-uitkering en dat zij een eigen onderzoeksplicht had bij het aanvragen van het eigen risicodragerschap.
In hoger beroep stelde appellante dat zij niet op de hoogte was van de uitkering en dat er sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. De Raad oordeelde dat het UWV verplicht was de uitkering te betalen en deze te verhalen op appellante. Hoewel het UWV stelde dat bezwaar alleen mogelijk was tegen de hoogte van het bedrag, oordeelde de Raad dat algemene beginselen van behoorlijk bestuur ook in deze fase een rol spelen.
Appellante voerde echter geen grieven aan tegen de hoogte van het bedrag en de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante wist of had kunnen weten van de uitkering. Bovendien had appellante haar eigen onderzoeksplicht moeten nakomen. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het verhaalsbesluit en verklaart het beroep van appellante ongegrond.