ECLI:NL:CRVB:2010:BN9402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens ontbrekende noodzaak
Appellant, een alleenstaande bijstandsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand voor de kosten van een verhuizing naar een zelfstandige woning. Het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees dit verzoek af wegens het ontbreken van een aantoonbare noodzaak voor de verhuizing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant nog enige tijd in zijn vorige kamer had kunnen blijven wonen om de verhuiskosten te reserveren. Ook was het mogelijk geweest om te verhuizen naar een goedkopere woning met lagere kosten.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de eerdere kamer slechts een tijdelijke en medisch-sociale ongeschikte oplossing was, en dat hij vanwege een ontruiming aangewezen was op particuliere verhuurbemiddeling. De Raad stelde vast dat appellant geen objectieve medische of sociale noodzaak had onderbouwd en dat de kamer voor onbepaalde tijd gehuurd werd met gedeelde voorzieningen.
De Raad concludeerde dat de verhuizing niet noodzakelijk was en dat de kosten niet voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor verhuiskosten bevestigd.