ECLI:NL:CRVB:2010:BN9649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV en vergoeding proceskosten
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV omtrent de herziening van zijn WW-uitkering. Tijdens de zitting gaf appellant aan dat hij het eens was met het besluit van 12 januari 2010, waarna hij het hoger beroep introk en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.
De Raad constateerde dat het UWV geheel aan het bezwaar van appellant tegemoet was gekomen, waardoor intrekking van het beroep gerechtvaardigd was. De Raad oordeelde dat de kosten van rechtsbijstand in bezwaar niet vergoed konden worden omdat appellant zelf geen verzoek tot vergoeding had ingediend voordat het UWV over het bezwaar besliste.
Wel werden de reiskosten voor het bijwonen van de zittingen in beroep en hoger beroep toegewezen conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van deze reiskosten en het door appellant betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van reiskosten en griffierecht, maar niet tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in bezwaar.