ECLI:NL:CRVB:2010:BN9730
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging WW-uitkering wegens niet naleven sollicitatieverplichtingen
Appellant ontving sinds januari 2004 met onderbrekingen een WW-uitkering en startte in januari 2008 een re-integratietraject. Het UWV verlaagde zijn uitkering met 25% gedurende vier maanden wegens onvoldoende medewerking aan het verkrijgen van passende arbeid, omdat appellant niet solliciteerde op een functie als assemblagemedewerker en niet reageerde op een parttime functie als baliemedewerker.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij door een misverstand niet solliciteerde en dat hij dacht dat aanvaarding van de parttime functie zou leiden tot het verlies van zijn gedeeltelijke WW-uitkering. De Raad oordeelde dat appellant bekend was met de vacatures en bewust niet solliciteerde, en dat hij had kunnen navragen bij het UWV over de gevolgen van het aanvaarden van de parttime functie.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant zijn verplichtingen uit artikel 24 en Pro 26 van de WW niet behoorlijk is nagekomen. Er waren geen zwaarwegende omstandigheden of verwijtloosheid die het opleggen van de maatregel konden verhinderen. Het hoger beroep werd verworpen en de verlaging van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de verlaging van de WW-uitkering met 25% wordt bevestigd.