ECLI:NL:CRVB:2010:BN9761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij duurzaam gescheiden leven
Appellante en haar echtgenoot [T.] waren gehuwd en ontvingen tot oktober 2005 bijstand als gehuwden. Na hun vermeende scheiding ontving appellante bijstand als alleenstaande ouder en [T.] als alleenstaande in een andere gemeente. Naar aanleiding van een tip startte de sociale recherche een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand. Dit onderzoek omvatte dossieronderzoek, verhoren, waarnemingen en getuigenverklaringen.
Het College van burgemeester en wethouders van Hardenberg besloot de bijstand van appellante over de periode van september 2006 tot maart 2007 in te trekken en terug te vorderen wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met haar echtgenoot. De rechtbank vernietigde dit besluit voor zover het de intrekking betrof, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellante en [T.] niet duurzaam gescheiden leefden.
De Centrale Raad bevestigt dit oordeel. De verklaringen van appellante en [T.], getuigenverklaringen en onderzoek tonen aan dat zij gedurende de relevante periode een gezamenlijke huishouding voerden. Appellante heeft de inlichtingenverplichting geschonden door haar gezinssituatie onjuist te melden. Het College was daarom bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep faalt en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.