ECLI:NL:CRVB:2010:BO0332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van vermogensbestanddeel Ford Fiësta in bijstandszaak
In deze zaak gaat het om de vraag of een Ford Fiësta, geregistreerd op naam van de vader van betrokkene, reeds vanaf 2 maart 2000 tot het vermogen van betrokkene moet worden gerekend in het kader van de Wet werk en bijstand (WWB).
Appellant, het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Helmond, heeft de bijstand van betrokkene ingetrokken en teruggevorderd over diverse perioden, mede op grond van de stelling dat betrokkene feitelijk de beschikking had over de Ford Fiësta. De rechtbank had het besluit vernietigd omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de auto tot het vermogen van betrokkene behoorde vóór 14 mei 2004.
De Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat het enkel feit dat de auto op naam van de vader stond en omstandigheden zoals het verblijf van de vader in verzorgingstehuizen en onder bewindstelling niet voldoende zijn om aan te nemen dat betrokkene de feitelijke beschikkingsmacht over de auto had vóór 14 mei 2004. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van 25 januari 2010, waarin de bijstand over latere perioden is herzien, wordt bevestigd.
Daarnaast oordeelt de Raad dat de kosten van het rijklaarmaken van de Daihatsu Cuore, die betrokkene op 14 mei 2004 heeft gekocht, terecht zijn meegenomen bij de vermogensvaststelling. De appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene en het griffierecht wordt geheven.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.