ECLI:NL:CRVB:2010:BO0338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag en aanvullende vergoedingen ondanks onwil opheffen BV door ambtenaar
Appellant was jarenlang ambtenaar bij de gemeente Nijkerk en richtte in 1997 een BV op waarin hij werkzaamheden verrichtte die tot belangenverstrengeling leidden. Het college eiste opheffing van de BV alvorens hij zijn nieuwe functie als projectleider kon aanvaarden. Appellant weigerde dit en vroeg bovendien dat de gemeente de kosten van opheffing zou dragen.
Na mislukte onderhandelingen besloot het college appellant te ontslaan met toepassing van artikel 8:8 CAR Pro/UWO. Het college kende hem aanvullende vergoedingen toe, maar appellant vond deze onvoldoende en ging in beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat appellant zelf verantwoordelijk is voor het ontstaan en voortbestaan van de impasse door zijn onwil om de BV op te heffen of statuten aan te passen. Het college heeft meer dan de minimale uitkering toegekend en hoefde niet verder te gaan. Het ontslag zelf is niet in geschil in dit hoger beroep.
De Raad concludeert dat appellant met de toegekende vergoedingen niet tekort is gedaan en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag en wijst het beroep tegen de beperkte aanvullende vergoedingen af.