ECLI:NL:CRVB:2010:BO0501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over bijstand in de vorm van geldlening wegens onjuiste motivering
Betrokkene ontving sinds 1983 bijstand en had een woning met een waarde van minimaal €35.000 die zij niet te gelde maakte, waardoor zij een beroep deed op bijstand. Appellant verleende bijstand deels in de vorm van een geldlening vanwege een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid van betrokkene voor haar bestaan. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het vermogen in de woning onder de vrijlatingsgrens lag en oordeelde dat bijstand niet als geldlening mocht worden verstrekt.
De Centrale Raad stelt vast dat betrokkene wel degelijk een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid heeft getoond door de woning niet te verkopen en zelf te gaan wonen, waardoor zij bijstand nodig had. De Raad oordeelt dat de bevoegdheid om bijstand als geldlening te verlenen los staat van het vermogen in de woning en vernietigt het vonnis van de rechtbank.
Daarnaast vernietigt de Raad het besluit van appellant om bijstand om niet te verstrekken in afwijking van het eerdere besluit. Het beroep van betrokkene tegen de leenbijstand wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De bijstand in de vorm van een geldlening is terecht verleend en het besluit om bijstand om niet te verstrekken wordt vernietigd.