ECLI:NL:CRVB:2010:BO1036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor studiekosten PABO na universitaire opleiding
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor de kosten van een verkorte PABO-opleiding, nadat zij een universitaire opleiding had afgerond. Het College wees de aanvraag af omdat de kosten niet noodzakelijk waren voor arbeidsinschakeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel.
De Raad overweegt dat het reeds behaalde opleidingsniveau op wetenschappelijk niveau als voldoende wordt beschouwd voor arbeidsinschakeling. Appellante stelde dat zij door overkwalificatie moeilijk werk vindt en dat de PABO de snelste route is om uit de bijstand te komen, maar deze persoonlijke omstandigheden rechtvaardigen geen afwijking van het uitgangspunt.
De Raad concludeert dat de kosten van de PABO-opleiding niet als noodzakelijke kosten in de zin van artikel 35 WWB Pro kunnen worden aangemerkt en dat het Dagelijks Bestuur terecht de bijzondere bijstand heeft geweigerd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank Zutphen bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijzondere bijstand voor studiekosten PABO wordt bevestigd.