ECLI:NL:CRVB:2016:4634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.L. Boxum
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor studiekosten kinderartskwalificatie
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en vroeg bijzondere bijstand aan voor studiekosten, specifiek de examens in Engeland om kinderarts te worden. Het college wees dit af omdat deze kosten niet als noodzakelijke kosten voor het bestaan worden gezien volgens artikel 35, eerste lid, van de WWB.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad overwoog dat het behaalde opleidingsniveau van appellant voldoende basis biedt voor arbeidsinschakeling en dat van bijstandsgerechtigden verwacht mag worden dat zij passende en algemeen geaccepteerde arbeid zoeken.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat het afleggen van de buitenlandse examens noodzakelijk was om een baan te verkrijgen. Ook werd geoordeeld dat het onderscheid tussen opleidingen binnen of buiten de EU niet relevant is voor de toepassing van artikel 35 WWB Pro. Beroepen op internationale verdragen werden verworpen omdat het ging om een afwijzing van bijzondere bijstand en niet direct om arbeidsinschakeling.
De Raad concludeerde dat de studiekosten niet als noodzakelijke kosten kunnen worden aangemerkt en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor studiekosten voor het behalen van een kinderartskwalificatie wordt bevestigd.