ECLI:NL:CRVB:2010:BO1102
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WWB-uitkering voor gehuwden bij gedeeld hoofdverblijf
Appellanten ontvingen een WWB-uitkering volgens de gehuwdennorm, die met 10% werd verlaagd op grond van de Toeslagenverordening van de gemeente Arnhem omdat zij hun hoofdverblijf deelden met anderen. Zij verzochten de verlaging ongedaan te maken wegens een schrijnend geval, maar het College wees dit af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellanten dat de verordening niet aan wettelijke eisen voldoet en dat er feitelijk sprake is van hogere kosten. De Raad oordeelde dat de verlaging binnen de wettelijke bevoegdheid van de gemeenteraad valt en niet kennelijk onredelijk is. Het delen van kosten zoals verzekeringen en energie rechtvaardigt de korting.
Verder concludeerde de Raad dat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat hun situatie zodanig bijzonder is dat het College de verlaging op grond van artikel 18 WWB Pro moet terugdraaien. De huurprijs van €375 per maand werd niet als hoog beoordeeld. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de WWB-uitkering met 10% wordt bevestigd omdat appellanten geen bijzondere omstandigheden hebben aangetoond.