ECLI:NL:CRVB:2010:BO1199
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens verwijtbaar gedrag bij arbeidsinschakeling
Appellant ontving bijstand en was vanaf 28 december 2004 vrijgesteld van arbeidsverplichtingen, maar vanaf 10 augustus 2006 weer volledig verplicht tot arbeidsinschakeling. Na meerdere waarschuwingen en een eerdere maatregel wegens te lang zonder toestemming op vakantie gaan, startte appellant een re-integratietraject met verschillende activiteiten, waaronder werk bij Work First en een computercursus.
Appellant meldde zich ziek op 17 en 18 april 2007, maar verscheen daarna zonder ziekmelding niet op het werk en de computercursus, wat leidde tot beëindiging van het traject. Het College legde een verlaging van 100% van de bijstandsnorm voor twee maanden op, gematigd tot 50% vanwege gezinssituatie. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellant zich verwijtbaar heeft gedragen door niet tijdig ziek te melden voor verschillende activiteiten binnen het traject, ondanks dat de polis dit niet expliciet voorschreef. De Raad benadrukt dat redelijkheid vereist dat bij ziekte voor elke activiteit afzonderlijk wordt afgemeld. De verlaging van de bijstand is passend en conform de Afstemmingsverordening, waarbij recidive een verzwarende factor is.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten aan appellant opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 50% voor twee maanden wordt bevestigd wegens verwijtbaar niet nakomen van arbeidsinschakelingsverplichtingen.