ECLI:NL:CRVB:2010:BO1290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Intrekking van een tijdelijke WAO-uitkering na arbeidskundige en medische beoordeling
Betrokkene ontving een tijdelijke WAO-uitkering die later door appellant werd ingetrokken omdat zij geacht werd in staat te zijn gangbare arbeid te verrichten. De rechtbank Amsterdam had het bezwaar van betrokkene tegen de intrekking gegrond verklaard en het besluit vernietigd, omdat appellant geen uitlooptermijn had gehanteerd en de arbeidskundige beoordeling niet volledig afgerond was.
Appellant stelde in hoger beroep dat er wel sprake was van een afgeronde schatting over een periode in het verleden, onderbouwd met een arbeidsdeskundig rapport van 15 maart 2001 waarin functies met betrokkene waren besproken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze schatting inderdaad afgerond was en dat betrokkene zich niet had hoeven instellen op nieuwe arbeidsmogelijkheden.
Daarnaast verwierp de Raad het standpunt van betrokkene dat de intrekking niet op een arbeidskundige maar op een Ziektewet-beoordeling was gebaseerd. De Raad stelde vast dat de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig tot stand was gekomen en dat de intrekking van de WAO-uitkering op goede gronden was gebeurd.
De Raad vernietigde daarmee het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 15 oktober 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.