ECLI:NL:CRVB:2010:BO1322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kostenvergoeding bij bezwaar tegen afwijzing bijstand wegens geen geldige verblijfstitel
Appellant had bijstand aangevraagd die door het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen wegens het ontbreken van een geldige verblijfstitel. Appellant maakte bezwaar en gaf aan dat hem inmiddels een verblijfsvergunning was verleend op grond van de Pardonregeling. Het College kende vervolgens bijstand toe met terugwerkende kracht en stelde de ingangsdatum nader vast.
Appellant vorderde tevens een kostenvergoeding voor de bezwaarfase, welke door het College werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, omdat de vergunning tot verblijf werd verleend tijdens het bezwaar en er geen sprake is van herroeping wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.
De Raad overweegt dat appellant ten tijde van het primaire besluit geen geldige verblijfstitel had en dat het feit dat hij mogelijk onder de Pardonregeling viel, daaraan niet afdoet. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van kostenvergoeding bevestigd.