ECLI:NL:CRVB:2016:2663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen besluit over na-wettelijke uitkering en schadevergoeding ambtenaar
Appellant, voormalig ambtenaar bij de gemeente, maakte bezwaar tegen besluiten over aanvullende en na-wettelijke uitkeringen na zijn ontslag. Het college had de na-wettelijke uitkering aanvankelijk toegekend tot 1 december 2017, maar na een wijziging van de arbeidsvoorwaardenregeling werd een nieuwe berekening gemaakt met een einddatum van 7 juli 2018.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant stelde dat het college onrechtmatig persoonsgegevens had verstrekt aan een bedrijf, wat volgens hem leidde tot schade. De Raad oordeelde dat het verstrekken van gegevens noodzakelijk en zorgvuldig was, en dat de onjuiste gegevenscorrectie geen benadeling opleverde.
De Raad verklaarde het beroep gegrond voor zover het de duur van de na-wettelijke uitkering betreft en vernietigde het bestreden besluit in dat onderdeel. De Raad stelde zelf vast dat de uitkering eindigt op 7 juli 2018. Het verzoek om schadevergoeding werd bevestigd afgewezen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van reiskosten en griffierechten.
Uitkomst: De na-wettelijke uitkering wordt verlengd tot 7 juli 2018; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.