ECLI:NL:CRVB:2010:BO1567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onredelijk vermogen
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) naast haar gedeeltelijke ouderdomspensioen. Op 28 juni 2006 werd zij op Schiphol aangehouden met €38.000 contant op haar lichaam, welke door de Koninklijke Marechaussee in beslag werd genomen en waarop executoriaal beslag werd gelegd.
Het Dagelijks Bestuur trok de bijstand met ingang van die datum in en vorderde de kosten van bijstand terug over de periode 28 juni 2006 tot 1 februari 2007, omdat appellante volgens hen beschikte over vermogen boven de vermogensgrens zonder dit te melden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
De Raad oordeelt dat appellante gedurende deze periode niet redelijkerwijs over het bedrag kon beschikken, aangezien het bedrag in beslag was genomen en niet vóór 25 mei 2007 was teruggegeven. Daarom is het besluit tot intrekking en terugvordering onterecht en wordt het vernietigd. Het Dagelijks Bestuur moet een nieuw besluit nemen rekening houdend met deze uitspraak. Tevens worden de proceskosten aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand en terugvordering wordt vernietigd omdat appellante niet redelijkerwijs over het in beslag genomen bedrag kon beschikken.