ECLI:NL:CRVB:2010:BO1738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande. Het College stelde na informatie van het Inlichtingenbureau vast dat appellant niet had gemeld dat hij beschikte over een "en/of"-rekening samen met zijn moeder en een kapitaalrekening gekoppeld aan een bekende rekening. Tevens verstrekte appellant geen volledige informatie over de besteding van een bedrag van €11.000.
Op basis hiervan trok het College de bijstand over de periode van 30 maart 2005 tot en met 31 december 2005 in en vorderde de gemaakte kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de tegoeden op de "en/of"-rekening van zijn moeder waren en dat het saldo van de kapitaalrekening was gebruikt voor het aflossen van een schuld aan zijn werkgever.
De Raad oordeelde dat het niet aannemelijk was gemaakt dat de "en/of"-rekening uitsluitend voor de moeder bestemd was. Ook waren de door appellant overgelegde brieven onvoldoende onderbouwd met objectieve gegevens om de besteding van de €11.000 te verifiëren. Hierdoor kon het College terecht concluderen dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden en dat niet kon worden vastgesteld of recht op bijstand bestond.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het College tot intrekking en terugvordering van de bijstand en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.