ECLI:NL:CRVB:2010:BO1743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- E.J.M. Heijs
- N.M. Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs woonadres
Betrokkene ontving bijstand vanaf 21 augustus 2006. De gemeente Gouda voerde een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van deze bijstand, inclusief een huisbezoek op het opgegeven adres. Op basis van dit onderzoek werd de bijstand ingetrokken en terugvordering ingesteld omdat werd aangenomen dat betrokkene niet op het opgegeven adres woonde.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit tot intrekking, omdat het huisbezoek zonder 'informed consent' was uitgevoerd en de verklaringen van de verhuurster onvoldoende betrouwbaar waren. De Raad bevestigt dit oordeel, maar oordeelt wel dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek.
De Raad stelt dat het bestuursorgaan de bewijslast draagt om aan te tonen dat betrokkene niet op het opgegeven adres woonde. De onderzoeksresultaten zijn onvoldoende om dit te bewijzen, mede omdat betrokkene ingeschreven staat in de GBA en een huurcontract heeft overlegd. De verklaringen van de verhuurster zijn inconsistent en niet geloofwaardig.
De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt geheven. Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt herroepen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs dat betrokkene niet op het opgegeven adres woonde.