ECLI:NL:CRVB:2010:BO1772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-aannemelijke aanvraag indienen bij UWV
Appellant diende op 18 juni 2008 een bezwaarschrift in tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV over een aanvraag van 28 januari 2008 om herziening van een WW-besluit. Het UWV stelde dat de aanvraag niet in het dossier was aangetroffen en vroeg om bewijs van ontvangst. Bij besluit van 24 november 2008 verklaarde het UWV het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de aanvraag was ontvangen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat de enkele verklaring van Falk Courier onvoldoende bewijs leverde dat de aanvraag daadwerkelijk was bezorgd. In hoger beroep stelde appellant dat de liberalisering van de postmarkt sinds 1 april 2009 van invloed zou zijn op de bewijswaarde van de verklaring van Falk, wat de Raad verwierp.
De Raad concludeerde dat de verklaring van Falk te vaag en te laat was om aannemelijk te maken dat de aanvraag op 28 januari 2008 was ingediend. Zonder aanvullend bewijs kon niet worden vastgesteld dat het UWV niet tijdig had beslist. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de aanvraag heeft ingediend.