ECLI:NL:CRVB:2010:BO1887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C. Bruning
- J.Th. Wolleswinkel
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering aansluitende BBWO-uitkering wegens onvoldoende diensttijd onderwijs
Appellant heeft een WW-uitkering ontvangen en daarnaast een aanvullende uitkering uit het BBWO via de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De aansluitende BBWO-uitkering is echter geweigerd omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarde dat zijn diensttijd in het onderwijs minimaal vijf jaar moest bedragen.
De rechtbank had deze weigering eerder bevestigd, en appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Tijdens de zitting op 2 september 2010 verschenen beide partijen, waarbij appellant werd bijgestaan door zijn echtgenote en de stichting werd vertegenwoordigd door advocaten en medewerkers.
De Raad voor de Rechtspraak sluit zich aan bij de eerdere overwegingen en oordeelt dat de garantie die de stichting aan appellant had gegeven, beperkt is tot uitkeringen waarop hij volgens de reguliere voorwaarden aanspraak kan maken. Omdat appellant niet aan de basisvoorwaarde voldoet, kan hij geen aanspraak maken op de aansluitende BBWO-uitkering en heeft de garantie geen verdere betekenis.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de aansluitende BBWO-uitkering wegens onvoldoende diensttijd in het onderwijs.