ECLI:NL:CRVB:2010:BO2002
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E.J.M. Heijs
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijzondere bijstand voor psychotherapie wegens ontbreken dringende redenen
Appellante heeft langdurige psychische klachten en ontving bijzondere bijstand voor psychotherapie tot 1 september 2007. Na een medische beoordeling werd besloten de bijzondere bijstand slechts tijdelijk toe te kennen en daarna over te laten gaan op reguliere zorgvoorzieningen. Het Dagelijks Bestuur wees verdere bijzondere bijstand af wegens het ontbreken van een voorliggende voorziening en zeer dringende redenen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat psychotherapie onder de Zorgverzekeringswet valt en dat de WWB geen bijzondere bijstand toekent als er een toereikende voorliggende voorziening is. Het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel faalde omdat de bijzondere bijstand steeds voor bepaalde tijd werd toegekend en de afbouwregeling als redelijk werd beschouwd.
De Raad concludeerde dat de door appellante aangevoerde omstandigheden, zoals de vertrouwensband met de therapeut en haar arbeidsongeschiktheid, geen zeer dringende redenen vormen om af te wijken van de regelgeving. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijzondere bijstand bevestigd.