ECLI:NL:CRVB:2015:4744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten psychotherapie wegens voorliggende voorziening
Appellant ontvangt sinds 1985 algemene bijstand en heeft sinds 2005 bijzondere bijstand gekregen voor psychotherapie. In 2012 vroeg hij opnieuw bijzondere bijstand aan voor psycho-agogische begeleiding, maar het college wees dit af omdat de zorgverzekering van appellant als voorliggende voorziening geldt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat er geen passende voorliggende voorziening is en dat er zeer dringende redenen zijn om toch bijzondere bijstand te verlenen. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de zorgverzekering niet toereikend is. Ook ontbrak het aan bewijs dat appellant de behandelkosten bij de zorgverzekeraar heeft gedeclareerd. Het beroep op zeer dringende redenen faalde omdat geen acute noodsituatie was aangetoond.
Verder verwierp de Raad het beroep op rechtszekerheid, omdat het college de bijzondere bijstand steeds tijdelijk heeft toegekend en het recht op bijstand niet ongeclausuleerd is. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor psychotherapiekosten wordt afgewezen wegens het bestaan van een passende voorliggende voorziening en het ontbreken van zeer dringende redenen.