ECLI:NL:CRVB:2010:BO2644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante ontvangt sinds 1989 een WAO-uitkering, oorspronkelijk vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) herzag deze uitkering in 2007 naar 15-25% op basis van een aangepast Schattingsbesluit. Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd ongegrond verklaard door het Uwv en bevestigd door de rechtbank Amsterdam.
In hoger beroep stelde appellante dat het medische onderzoek onzorgvuldig was en dat zij meer beperkingen heeft dan erkend, waardoor zij de geduide functies niet kan vervullen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medische onderzoek voldoende zorgvuldig was uitgevoerd, ondanks een omissie bij het oproepen voor een heronderzoek, die werd gecompenseerd door een aanvullend onderzoek. De beperkingen van appellante zijn niet onderschat en de medische stukken ondersteunen niet haar stelling dat zij blijvend geen benutbare mogelijkheden heeft.
De Raad concludeerde dat appellante, uitgaande van de vastgestelde beperkingen, in staat moet worden geacht de geduide functies te verrichten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.