ECLI:NL:CRVB:2010:BO2767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en had daarvoor een antiek- en curiosawinkel. Naar aanleiding van vermoedens van het verzwijgen van inkomsten uit handelsactiviteiten is een onderzoek ingesteld. Dit leidde tot een besluit tot herziening en intrekking van de bijstand over de periode van 20 oktober 2005 tot en met 31 mei 2007 en terugvordering van € 14.592,08.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betwist appellant dit, maar de Raad stelt vast dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van zijn inkomsten. Door het ontbreken van een deugdelijke administratie kon niet worden vastgesteld of appellant recht had op bijstand.
De Raad oordeelt dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. De door appellant overgelegde kasboeken en winst- en verliesrekening zijn onvoldoende betrouwbaar. De stelling dat de inkomsten te verwaarlozen waren, faalt omdat een gedegen verantwoording vereist is.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellant worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.