ECLI:NL:CRVB:2010:BO2800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping arbeidsinschakelingsplicht wegens medische beperkingen en procesbelang appellant
Appellant ontving bij besluit van 15 september 2006 bijstand op grond van de WWB met arbeidsinschakelingsverplichtingen, waaronder minimaal 16 sollicitaties per maand en inschrijving bij uitzendbureaus. Het College verklaarde het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk, stellende dat de arbeidsverplichting van rechtswege geldt en het besluit geen zelfstandig rechtsgevolg heeft.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 7 november 2006 niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat appellant later ontheven werd van de arbeidsverplichting en niet gesanctioneerd was. Appellant stelde in hoger beroep dat dit onjuist was.
De Raad oordeelt dat appellant wel degelijk procesbelang heeft, omdat niet is uitgesloten dat hij schade heeft geleden door het besluit en dat de nadere concretisering van de sollicitatieplicht wel een zelfstandig besluit is. Tevens is vastgesteld dat appellant op 15 september 2006 leed aan slaapapneu, wat pas later bij besluit van 13 juli 2007 leidde tot aanpassing van de arbeidsverplichting.
De Raad concludeert dat het College niet in redelijkheid tot het oorspronkelijke besluit kon komen en verklaart het bezwaar gegrond. Het besluit van 15 september 2006 wordt herroepen voor zover het de sollicitatieverplichtingen betreft. Het College wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten en proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt gegrond verklaard, het besluit van 15 september 2006 wordt herroepen en het College wordt veroordeeld tot vergoeding van kosten.