ECLI:NL:CRVB:2010:BO2842
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens niet-verzekerde nieuwe klachten
Appellant, werkzaam als kok, viel in 2003 uit wegens diverse klachten en ontving vanaf 2004 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. In 2008 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Het UWV trok daarop de WAO-uitkering per 14 juli 2008 in.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze intrekking, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, waarbij het bezwaar tegen de medische beoordeling en de gehanteerde functies niet slaagt. Nieuwe klachten van appellant, zoals linkerschouder-, oor- en maagklachten, vielen niet onder de verzekeringsgrondslag omdat appellant ten tijde van het geschil alleen op grond van artikel 7b WAO verzekerd was.
De Raad liet laat ingediende medische stukken buiten beschouwing en oordeelde dat het UWV terecht heeft geoordeeld dat de nieuwe klachten niet bij de WAO-beoordeling betrokken konden worden. De intrekking van de WAO-uitkering is daarmee op juiste gronden gebaseerd. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 14 juli 2008 wordt bevestigd.